Nieuws juli 2026 - 1

jul 31, 2026
|
Ingezonden door: super
|
Categorie: Actualiteiten

Gebruikelijk loon ingeval van DGA in deeltijd of met pensioen

1 Inleiding

Een DGA die met pensioen is en nog beperkt voor zijn BV werkt, valt niet automatisch buiten de gebruikelijkloonregeling. Ook een afbouw van bedrijfsactiviteiten is op zichzelf onvoldoende voor een lager gebruikelijk loon. Dat blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Gelderland van 10 juli 2026[1]. De rechtbank handhaafde voor 2021 het toenmalige normbedrag van € 47.000. De DGA had onvoldoende inzicht gegeven in zijn werkzaamheden, het tijdsbeslag en de activiteiten van zijn vennootschappen. Daarmee maakt de uitspraak duidelijk dat een lager gebruikelijk loon alleen mogelijk is wanneer concrete feiten de afwijking ondersteunen.

2 Gebruikelijkloonregeling

De gebruikelijkloonregeling is van toepassing voor DGA´s die werkzaamheden verrichten voor hun eigen BV, dat wil zeggen een BV waarin hijzelf of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft.

In de onderwerpelijke zaak bezat de man alle aandelen in twee BV’s. Deze BV’s hielden op hun beurt belangen van meer dan 5 procent in verschillende andere vennootschappen. Volgens de rechtbank vormden zowel de rechtstreeks als de indirect gehouden aandelen een aanmerkelijk belang. Als vaststaand kon worden aangenomen dat de man werkzaamheden verrichtte, waardoor hij automatisch onder de gebruikelijkloonregeling viel.

Een formele arbeidsovereenkomst is daarbij niet doorslaggevend. De regeling kan ook gelden wanneer iemand feitelijk werkzaamheden verricht zonder dat een schriftelijk arbeidscontract bestaat.

Het gebruikelijk loon moet in 2026 minimaal gelijk zijn aan het hoogste van drie bedragen:

  • Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of;
  • Het loon van de meest verdienende werknemer (niet-AB houder) van de BV of een verbonden vennootschap of;
  • Het wettelijke normbedrag van € 58.000 (2026).

Wanneer aannemelijk is dat iemand (zonder een aanmerkelijk belang) met vergelijkbare werkzaamheden een lager loon ontvangt, kan dat lagere bedrag gelden.

Voor het jaar 2021 gold nog een normbedrag van € 47.000. Ook gold toen als uitgangspunt 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. De rechtbank beoordeelde de situatie op basis van deze regels uit 2021.

De bewijslast voor een lager gebruikelijk loon dan € 58.000 ligt bij de belanghebbende, een hoger gebruikelijk loon dient door de inspecteur te worden bewezen. Een lager gebruikelijk loon blijft mogelijk wanneer feiten en omstandigheden dit aannemelijk maken.

Beperkte werkzaamheden, een lager loon voor een vergelijkbare functie of ernstige financiële problemen bij de BV kunnen daarbij een rol spelen. Geen van deze omstandigheden leidt echter zonder verdere onderbouwing automatisch tot een verlaging.

Wanneer het totale gebruikelijk loon voor alle betrokken vennootschappen aantoonbaar € 5.000 of lager is, mag het werkelijk ontvangen loon worden aangegeven. Deze grens geldt voor alle werkzaamheden samen en niet afzonderlijk per BV.

3 Deeltijdwerken: geen automatische uitzondering op zich

De DGA stelde dat een jaarloon van € 12.000 redelijk was. Hij werkte naar eigen zeggen slechts één dag per maand. Daarnaast was hij met pensioen en waren de activiteiten van zijn BV’s afgebouwd.

De rechtbank vond deze verklaringen niet voldoende. De leeftijd van de DGA kon volgens de rechtbank wel wijzen op deeltijdwerk. Toch bleef onduidelijk hoeveel hij daadwerkelijk werkte. De man had zijn tijdsbesteding niet nader toegelicht.

Bovendien leidt deeltijdwerk niet automatisch tot een evenredige verlaging van het normbedrag. Het niveau van de werkzaamheden en de beloning voor een vergelijkbare functie blijven eveneens van belang. Immers kan een DGA met 25% inzet, toch zorgen voor een aanzienlijk resultaat van zijn BV.

De BV’s behaalden in 2021 fiscale winsten van € 61.510 en € 21.068. En de enige werknemer was de DGA. Die had geen concrete beschrijving van de (bedrijfs)activiteiten overlegd, alsmede ontbrak een overzicht van het aantal gewerkte uren per vennootschap. Verder had de DGA geen vergelijking gemaakt met het loon van iemand in een soortgelijke dienstbetrekking. Dat alles maakte dat de rechtbank niet kon beoordelen of € 12.000 aansloot bij de aard, omvang en duur van de werkzaamheden.

Daar het door de DGA voorgestelde gebruikelijk loon lager was dan het wettelijke, lag de bewijslast daarvoor bij de DGA en die slaagde daarin niet.

4 Conclusie

Uit deze uitspraak kan weer worden geconcludeerd dat pensioen, deeltijdwerk en afbouw van activiteiten niet zonder meer leiden tot een lager gebruikelijk loon. De feitelijke werkzaamheden en een passende zakelijke beloning blijven bepalend. Omdat de DGA onvoldoende informatie verstrekte over de feitelijke werkzaamheden, bleef het normbedrag van € 47.000 voor 2021 in stand. Wat bevreemd is dat niet werd gesteld dat een gebruikelijk loon van € 47.000 tot een permanent verlieslatende situatie in de BV’s zou leiden. Ook bevreemd dat kennelijk geen compromis werd gezocht. Want tussen € 12.000 en € 47.000, in combinatie met het argument van permanente verlieslatendheid, ligt een breed scala aan mogelijkheden.

 

Disclaimer

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.



[1] ECLI:NL:RBGEL:2026:5528