Nieuws augustus 2026 -2

aug 5, 2026
|
Ingezonden door: super
|
Categorie: Actualiteiten

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s m.i.v. 1 januari 2027

1 Inleiding

Op 22 juni 2026 heeft het kabinet een Kamerbrief gepubliceerd waarin, naar aanleiding van gesprekken met de sector, verschillende aanpassingen en verduidelijkingen van de pseudo-eindheffing worden voorgesteld.

Vanaf 1 januari 2027 geldt een nieuwe werkgeversheffing voor fossiele leaseauto’s die ook voor privédoeleinden worden gebruikt. De werkgever draagt deze pseudo-eindheffing als een extra belastingheffing af, terwijl de bestaande bijtelling voor de werknemer van kracht blijft.

De pseudo‑eindheffing is een maatregel uit het Belastingplan 2026 en past in de bredere fiscale koers om zakelijke mobiliteit te verduurzamen c.q. is een invulling van Europese regelgeving op het gebied van verduurzaming van het zakelijke gebruik van personenauto’s.

De nieuwe pseudo‑eindheffing van 12% over de waarde raakt organisaties met een wagenpark op fossiele brandstof, waarvan de werknemers de auto's ook mogen gebruiken voor privé‑ en/of woon‑werkritten. De gevolgen zijn niet gering:

  • De werkgever krijgt te maken met extra kosten door de pseudo‑eindheffing;
  • En er dreigt meer complexiteit bij de afdracht van loonheffingen: welke auto’s vallen onder de pseudo-eindheffing en gedurende welke periode?

In dit licht is het verstandig dat werkgevers zich thans reeds beginnen voor te bereiden en zich te beraden op het toekomstig ter beschikking stellen van auto’s.

 

2 Pseudo-eindheffing werkgever

De pseudo-eindheffing is een extra werkgeversheffing die vanaf 2027 van toepassing wordt als een werkgever een “nieuwe” fossiele personenauto van de zaak aan een medewerker ter beschikking stelt die deze ook privé mag gebruiken. Doel van de maatregel is om het beschikbaar stellen van fossiele leaseauto's voor privégebruik minder aantrekkelijk te maken en zo de verduurzaming van het wagenpark te versnellen. 

De hoofdlijnen zijn:

  • De pseudo-eindheffing is een eindheffing, die door de werkgever moet worden betaald en die niet op de werknemer mag worden verhaald;
  • Indien de auto ook voor privégebruik mag worden gebruikt waarbij woon-werkverkeer ook als privégebruik wordt gezien;
  • De heffing komt naast de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak bij de werknemer;
  • De maatregel richt zich op auto's met CO2-uitstoot; volledige elektrische auto's vallen daar niet onder;
  • De pseudo-eindheffing bedraagt per jaar:
    • 12 procent van de catalogusprijs voor auto’s tot en met 25 jaar oud;
    • 12 procent van de marktwaarde voor auto’s ouder dan 25 jaar oud.

 

3 Voorgestelde aanpassingen na overleg met de sector

Op 22 juni 2026 heeft het kabinet een Kamerbrief gepubliceerd over de uitwerking in de praktijk van de pseudo-eindheffing. Op basis van gesprekken met sector stelt het kabinet verschillende aanpassingen en verduidelijkingen voor. De belangrijkste punten voor werkgevers zijn:

  • Een fossiele vervangende auto wordt maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen uitgezonderd van de pseudo-eindheffing als de vaste auto tijdelijk niet beschikbaar is door schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel.
  • Tot 1 januari 2031 geldt er een vrijstelling voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar per werkgever voor bijvoorbeeld het tijdelijk ter beschikking stellen van een fossiele huurauto.
  • Als het heffingsrecht over het voordeel van de ter beschikking gestelde auto op grond van een belastingverdrag gedeeltelijk aan een ander land toekomt, mag je deze verdeling van het heffingsrecht ook toepassen op de pseudo-eindheffing.
  • Bij een fusie of overname blijft het overgangsrecht behouden omdat de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever. Wanneer een werknemer wisselt van werkgever (met een ander loonheffingennummer), ook al is dit binnen een concern, vervalt het overgangsrecht. De werkgever behoudt wel het overgangsrecht als hij een auto waarop het overgangsrecht van toepassing is, gedurende de overgangstermijn ter beschikking stelt aan een andere werknemer (op hetzelfde loonheffingennummer).

 

4 Privégebruik

Anders dan bij de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak in de loonbelasting voor de werknemer is de grens van 500 km/jaar niet van toepassing voor de pseudo-eindheffing bij de werkgever. Vanaf de eerste privé gereden KM is de pseudo-eindheffing door de werkgever verschuldigd. Tevens wordt voor de definitie van privégebruik aangesloten bij de definitie zoals die voor de omzetbelasting geldt: voor de pseudo-eindheffing telt woon-werkverkeer mee als privégebruik. Dit in tegenstelling tot de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak voor de werknemer, waarbij woon-werkverkeer niet als privégebruik telt.

 

5 Afdracht pseudo-eindheffing

De pseudo-eindheffing over 2027 moet uiterlijk bij de aangifte van het tweede loonaangiftetijdvak in 2028 worden betaald. Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om gedurende het jaar de heffing af te dragen door middel van een schatting, waarna een eindafrekening volgt.

Wanneer een fossiele auto van de zaak niet het volledige kalenderjaar ter beschikking is gesteld, dan geldt alleen een bijtelling voor de betreffende kalendermaanden. Wanneer een fossiele auto van de zaak gedurende een gedeelte van een kalendermaand voor privégebruik beschikbaar is gesteld, wordt voor de pseudo-eindheffing aangenomen dat deze de hele maand beschikbaar was voor privédoeleinden.

De pseudo-eindheffing mag niet door de werkgever worden doorberekend aan de werknemer.

 

6 Overgangsrecht

Voor zakelijke auto’s met CO2 uitstoot die al vóór 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Het kabinet stelt voor deze overgangsregeling te verlengen, waardoor je voor deze auto’s pas vanaf 1 januari 2031 de pseudo-eindheffing betaalt.

 

7 Fiscale bijtelling werknemer

De pseudo‑eindheffing staat niet op zichzelf en is onderdeel van maatregelen om het wagenpark te verduurzamen. Waar in voorgaande jaren het gebruik van emissievrije auto's werd gestimuleerd door lagere bijtellingspercentages voor de werknemer, wordt vanaf 2027 juist het gebruik van fossiele auto’s extra belast. De lagere bijtellingspercentages voor werknemers zijn de laatste jaren stap voor stap al afgebouwd. In 2026 geldt nog een verlaagd bijtellingspercentage van 18 procent over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en in 2027 stijgt dit percentage naar 20%. Vanaf 2028 eindigt het verlaagde bijtellingspercentage.

 

Disclaimer

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.