Nieuws februari 2026 - 4

feb 11, 2026
|
Ingezonden door: super
|
Categorie: Actualiteiten

Pseudo‑eindheffing voor fossiele aangedreven auto’s van de zaak vanaf 2027

1 Inleiding

Vanaf 2027 geldt er een (straf)heffing voor werkgevers doe een auto met een verbrandingsmotor “mede voor privédoeleinden” ter beschikking stellen aan hun werknemers. Die heffing wordt de pseudo-eindheffing genoemd. Het maakt daarbij niet uit of dit een auto met een benzine- of dieselmotor of een hybride aangedreven auto is. Als het geen elektrisch aangedreven auto is, loopt de werkgever tegen deze strafheffing aan. Dit is dus een extra belastingheffing, terwijl alle bestaande heffingen (bijvoorbeeld de bijtelling voor de werknemer) van kracht blijven.

Deze pseudo‑eindheffing is een maatregel uit het Belastingplan 2026 en moet voor een verdere elektrificatie van het zakelijke wagenpark zorgen.

2 Wat betekent dit voor jouw organisatie?

In de eerste plaats is de pseudo‑eindheffing dus een extra heffing die berekend wordt op basis van 12% van de cataloguswaarde van de ter beschikking gestelde auto. Die cataloguswaarde is te vinden op RDW.nl, onder het kopje “fiscaal”.

In de tweede plaats betekent het meer complexiteit bij de afdracht van loonheffingen, want de salarisadministratie zal moeten onderkennen welke auto’s voor welke periode onder de pseudo-eindheffing vallen.

Werkgevers zullen dus moeten anticiperen in hun mobiliteitsbeleid.

3 Pseudo-eindheffing werkgever

Het doel van deze heffing is het terugdringen van het mede voor privégebruik ter beschikking stellen van een auto met een verbrandingsmotor en zo het zakelijke wagenpark te verduurzamen.

De hoofdlijnen van de pseudo-eindheffing zijn:

  1. De pseudo-eindheffing is een eindheffing, die door de werkgever moet worden betaald;
  2. Indien de auto ook voor privédoeleinden mag worden gebruikt waarbij woon-werkverkeer ook als privégebruik wordt gezien;
  3. De heffing komt naast de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak bij de werknemer;
  4. De maatregel richt zich op auto's met CO2-uitstoot; volledige elektrische auto's vallen daar niet onder;
  5. De pseudo-eindheffing bedraagt per jaar:
    - 12 procent van de catalogusprijs voor auto’s tot en met 25 jaar oud;
    - 12 procent van de marktwaarde voor auto’s ouder dan 25 jaar oud.
  6. De pseudo-eindheffing geldt niet voor mede voor privégebruik ter beschikking gestelde bestelauto’s met een verbrandingsmotor; 
  7. De pseudo-eindheffing geldt alleen in de loonbelasting, niet in de inkomstenbelasting;
  8. De pseudo-eindheffing geldt voor auto’s die door een werkgever vanaf 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking worden gesteld. Daarbij maakt het niet uit, of het een nieuwe auto of een occasion is.

4 Privégebruik

Anders dan bij de bijtelling voor werknemers van de auto van de zaak, kan een werkgever die eindheffing niet voorkomen als de werknemer middels een kilometeradministratie aantoont de auto voor minder dan 500 km per jaar privé te gebruiken. Ten minste als de betreffende werknemer de auto ook voor woon-werkverkeer gebruikt. Voor de pseudo-eindheffing telt woon-werkverkeer namelijk als privégebruik. 

5 Afdracht pseudo-eindheffing

De pseudo-eindheffing over 2027 moet uiterlijk bij de aangifte van het tweede loonaangiftetijdvak in 2028 worden betaald. Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om gedurende het jaar de heffing af te dragen door middel van een schatting, waarna een eindafrekening volgt. Wanneer een fossiele auto van de zaak niet het volledige kalenderjaar ter beschikking is gesteld, dan geldt alleen een bijtelling voor de betreffende kalendermaanden. Wanneer een fossiele auto van de zaak gedurende een gedeelte van een kalendermaand voor privégebruik beschikbaar is gesteld, wordt voor de pseudo-eindheffing aangenomen dat deze de hele maand beschikbaar was voor privédoeleinden.

Dit is alleen anders als een medewerker gedurende de maand in dienst treedt. Er kan geen sprake zijn van privégebruik bij de betreffende werkgever als de werknemer niet in dienst is.

Werkgevers kunnen ook tegen hun wil en bedoeling worden geconfronteerd met de pseudo-eindheffing, bijvoorbeeld als een medewerker “per ongeluk” en in weerwil van een mogelijk verbod op privégebruik de auto voor woon-werkverkeer gebruikt. In dat geval mag de werkgever de pseudo-eindheffing niet op de werknemer verhalen.

6 Overgangsrecht

Voor zakelijke auto’s met een verbrandingsmotor die al vóór 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto’s geldt de pseudo-eindheffing pas vanaf 17 september 2030. Leasecontracten die vóór 1 januari 2027 zijn ingegaan en een looptijd van 5 jaar hebben maken dus dat de betreffende werkgever voor die contracten vanaf 17 september 2030 tegen de pseudo-eindheffing kan aanlopen.

 

Disclaimer

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.