Nieuws augustus 2026 -3

aug 17, 2026
|
Ingezonden door: super
|
Categorie: Actualiteiten

Fiscale bespaartips 2026 voor ondernemers, DGA’s en particulieren

1 Inleiding

Nu de eerste helft van 2026 achter ons ligt, is het goed om vooruit te kijken. Je hebt nu nog voldoende tijd om maatregelen te nemen die je belastingdruk over 2026 en 2027 kunnen verminderen. Dat is extra belangrijk nu het kabinet een aantal ondernemersfaciliteiten afbouwt of wil afschaffen. Hierna volgen 10 tips die voor jou van belang kunnen zijn.

 

2 Tips voor de ondernemer met een eenmanszaak of VOF
2.1 Houd je uren goed bij 

Voor een aantal fiscale aftrekposten moet je laten zien dat je minstens 1.225 uur per jaar aan je onderneming hebt besteed. Dit heet het urencriterium. Je moet niet alleen bijhouden hoeveel uren je hebt gewerkt, maar ook waaraan je de uren hebt besteed. 

Alle uren die je aan je onderneming besteedt, mag je meetellen. Denk aan reistijd, de tijd die je besteedt aan het werven van klanten en het bijhouden van administratie. Als je je uren niet goed bijhoudt, kun je aftrekposten mislopen, zoals de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek. 

Start je later in het jaar een onderneming? Ook dan moet je toch minimaal 1.225 uur aan je onderneming hebben besteed. 

2.2 Benut eerder niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek 

Als je voldoet aan het urencriterium, kun je als zelfstandig ondernemer gebruikmaken van de zelfstandigenaftrek. Je mag dan een vast bedrag van je winst aftrekken. De zelfstandigenaftrek is nooit hoger dan de winst. Maak je in een kalenderjaar weinig winst of heb je verlies? Dan kun je de zelfstandigenaftrek misschien niet (helemaal) gebruiken.  

Heb je in 2025 de zelfstandigenaftrek (€ 2.470) niet volledig benut? Als de winst te laag is om de zelfstandigenaftrek volledig te gebruiken, kan het niet-benutte deel in de volgende 9 jaar worden verrekend (mits er voldoende winst is). 

Let op: ook in het jaar waarin je de aftrek wilt verrekenen, moet je aan het urencriterium voldoen. 

De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 € 1.200 en wordt in 2027 verder verlaagd naar € 900. Daarmee is deze aftrekpost fors lager dan in 2025. Het wordt daarom steeds belangrijker om ook andere fiscale mogelijkheden, zoals investeringsaftrek en lijfrenteaftrek, tijdig te benutten. 

 Benut je verrekenbaar verlies 

Controleer of je je verliezen uit het verleden in 2026 nog kunt verrekenen. Dit kan met winst van de laatste 3 jaar en de komende 9 jaar. Dreigt je verlies uit het verleden verloren te gaan? Onderzoek of je je winst in 2026 kunt verhogen door uitgaven uit te stellen of door omzet naar voren te halen. 

2.3 Benut de investeringsaftrek optimaal 

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een aftrekpost op je winst. Je hebt recht op de KIA als je in 2026 meer dan € 2.900 en maximaal € 398.236 investeert in bedrijfsmiddelen die daarvoor in aanmerking komen. Bedrijfsmiddelen onder € 450 tellen niet mee voor de KIA.  

De KIA is in 2026 maximaal € 20.072. De aftrek vermindert als je meer investeert dan € 132.746. Kom je in 2026 boven dat bedrag uit? Overweeg dan je investeringen uit te stellen naar 2027. Daarmee krijg je in 2026 en 2027 per saldo een hogere KIA. 

Blijf je dit jaar met de investeringen onder de drempel van € 2.900? Dan doe je er verstandig aan de geplande investeringen voor 2027 in 2026 te doen. Zeker als je met de investeringen in 2027 onder de drempel zou blijven.  

2.4 Investeer duurzaam met MIA en EIA 

Bij een investering in nieuwe bedrijfsmiddelen die als milieu-investeringen kwalificeren, kun je de milieu-investeringsaftrek (MIA) aanvragen. In 2026 is deze aftrek 27%, 36% en 45%, afhankelijk van de categorie. Dit geldt bij een investering van meer dan € 2.500. 

Investeer je in bepaalde energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan kun je mogelijk gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek (EIA). Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) is 40%. Dit percentage wordt mogelijk verhoogd naar 45,5% in 2027. 

Het minimale investeringsbedrag is € 2.500 per bedrijfsmiddel. 

Let op: de MIA en de EIA kunnen voor dezelfde investering niet samenlopen. 

2.5 Pas op met desinvesteren 

Heb je in 2022 of in de jaren daarna investeringsaftrek gekregen voor een bedrijfsmiddel, zoals een machine? Let dan op met het verkopen van dat bedrijfsmiddel in 2026. Dan kan een desinvesteringsbijtelling ontstaan. Daardoor wordt je belastbare winst in 2026 hoger. Dit geldt als de waarde van die verkochte bedrijfsmiddelen gezamenlijk hoger is dan € 2.900. 

Het gaat hierbij om een verkoop binnen 5 jaar waarbij je het kalenderjaar van aankoop meetelt. De desinvesteringsbijtelling geldt ook als je het bedrijfsmiddel weggeeft, verhuurt of naar je privévermogen verplaatst. 

2.6 Vorm een herinvesteringsreserve en herinvesteer op tijd 

Verkoop je in 2026 een bedrijfsmiddel? Dan kun je de winst opnemen in een herinvesteringsreserve (HIR). Hiermee stel je de belastingheffing over die winst uit. 

Een van de voorwaarden is dat je op de balansdatum kunt aantonen dat je van plan bent om opnieuw te investeren. Het is daarom verstandig op tijd maatregelen te nemen om je herinvesteringsvoornemen te kunnen bewijzen. Denk aan het opvragen van offertes. 

De herinvesteringstermijn is maximaal 3 jaar na het jaar van verkoop van het bedrijfsmiddel. De termijn voor de herinvesteringsreserve die in 2023 is gevormd, loopt dus af op 31 december 2026.

Om te voorkomen dat de reserve vrijvalt in de winst, moet je in 2026 een herinvestering hebben gedaan (onder voorwaarden kan wel uitstel worden gevraagd). Als je dat niet doet, betaal je alsnog belasting over de boekwinst op het bedrijfsmiddel. 

2.7 Innoveer ook in 2026 fiscaal voordelig 

Je krijgt als ondernemer aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk als je voldoet aan het urencriterium. Je hebt ook een S&O-verklaring van de RVO nodig. Bovendien moet je zelf minimaal 500 uren aan erkend speur- en ontwikkelingswerk besteden. 

De aftrek is € 15.979. Voor starters geldt een extra aftrek van € 7.996. 

2.8 Werk met hulp van de fiscus aan inkomen voor later 

Als ondernemer moet je zelf zorgen voor je pensioen. Dit kan via een lijfrente. Een lijfrente is vergelijkbaar met een pensioenregeling voor werknemers. 

Met belastingvoordeel kun je sneller vermogen opbouwen voor later. De storting op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening trek je af van je inkomen in box 1 tegen maximaal 49,5%. De gestorte bedragen zijn daarnaast vrijgesteld in box 3.  

Laat je het opgebouwde vermogen uitkeren? Dan betaal je belasting, maar vaak tegen een lager tarief. Tijdens de looptijd betaal je over het rendement geen belasting. 

Je kunt in 2026 tot 30% van je premiegrondslag aftrekken. Dat is je inkomen, verminderd met het deel waarover je later AOW ontvangt. Het maximaal aftrekbare bedrag in 2026 is € 35.589. 

2.9 Inhaalregeling 

Heb je in de afgelopen tien jaar niet al je jaarruimte benut? Dan kun je die ruimte mogelijk alsnog gebruiken via de reserveringsruimte, tot maximaal € 42.753 per jaar. 

Belangrijk: om in 2026 deze aftrekpost te gebruiken, moet je in 2026 de storting doen. Let op dat je inkomen hoog genoeg is om optimaal belastingvoordeel te krijgen. 

2.10 Voorkom belastingrente over 2025 

Is je winst over 2025 hoger dan verwacht, heb je nog geen aangifte inkomstenbelasting ingediend en is er geen of een te lage voorlopige aanslag opgelegd? Dien je aangifte dan zo snel mogelijk in. Je voorlopige aanslag kun je wijzigen tot het moment dat de aangifte bij de Belastingdienst binnen had moeten zijn (meestal 1 mei van het jaar volgend op het belastingjaar). Als je uitstel voor je aangifte hebt gekregen, is de uitsteldatum ook de uiterste datum dat je een voorlopige aanslag kunt aanvragen of wijzigen. Zo voorkom je dat je belastingrente van 5% moet betalen. 

Voor ondernemers met een eenmanszaak of vof valt er ook in de tweede helft van 2026 nog veel te sturen. Kom daarom tijdig in actie. Controleer samen met je fiscalist of adviseur welke maatregelen voor jouw onderneming mogelijk zijn. Zo voorkom je dat fiscale kansen verloren gaan en kun je je belastingpositie over 2026 en 2027 gericht verbeteren. 

  

3 Tips voor de directeur-grootaandeelhouder  
3.1 Betaal op tijd en voorkom 5% rente 

Heeft je BV in 2025 meer winst gemaakt dan verwacht, is er nog geen aangifte vennootschapsbelasting ingediend en is er geen of een te lage voorlopige aanslag opgelegd? Dien de aangifte dan zo snel mogelijk in. De voorlopige aanslag kan worden gewijzigd tot het moment dat de aangifte bij de Belastingdienst binnen had moeten zijn (meestal 1 juni van het jaar volgend op het belastingjaar). Als de BV uitstel voor de aangifte heeft gekregen, is de uitsteldatum ook de uiterste datum dat er een voorlopige aanslag kan worden aangevraagd of gewijzigd. Zo voorkom je dat de BV belastingrente van 5% moet betalen.

3.2 Zet box 2-verlies om in een belastingkorting 

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) kan bij opheffing van de BV of bij het verkopen van de aandelen aanlopen tegen een verlies. Hebben jij en je partner geen aanmerkelijk belang meer en is er nog een onverrekend verlies uit box 2? Dan kun je de Belastingdienst vragen dit verlies om te zetten in een belastingkorting voor box 1. In 2026 bedraagt de korting 24,5% van het onverrekende box 2-verlies. Vraag op tijd je belastingkorting aan. Dit wordt nog wel eens vergeten.

3.3 Stort nog dit jaar aftrekbare bedragen op een lijfrenterekening 

Omdat je als DGA geen pensioen opbouwt bij een werkgever, kun je fiscaal aantrekkelijk sparen of beleggen via een lijfrente. 

Belastingvoordeel 

De storting op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening trek je af van je inkomen in box 1 tegen maximaal 49,5%. De gestorte bedragen zijn daarnaast vrijgesteld in box 3. Over de toekomstige uitkering betaal je belasting, mogelijk tegen een (veel) lager tarief.  

Aftrek in 2026 

Je kunt dit jaar tot 30% van je premiegrondslag aftrekken. Dat is je inkomen verminderd met het deel waarover je later AOW ontvangt. Het maximaal aftrekbare bedrag in 2026 is € 35.589. 

Inhaalregeling 

Heb je in de afgelopen tien jaar niet alle jaarruimte benut? Dan kun je deze ruimte mogelijk alsnog gebruiken tot maximaal € 42.753 per jaar. 

Maximale aftrek 

In 2026 kun je dus in totaal € 78.342 aftrekken (het normale maximum plus het inhaalbedrag). 

3.4 Laat je dividenduitkering niet ten koste gaan van je heffingskortingen 

Heb je, al dan niet samen met je fiscale partner, een aanmerkelijk belang in een BV? Dan worden dividenduitkeringen belast in box 2. Er zijn twee schijven: 24,5% tot € 68.843 (of het dubbele bij fiscale partners) en 31% daarboven.  

Maar let op: het dividend telt mee voor de afbouw van heffingskortingen. In bepaalde situaties kan de effectieve belastingdruk daardoor aanzienlijk oplopen (soms wel tot 42%). Laat daarom vooraf doorrekenen wat een dividenduitkering betekent voor je totale belastingpositie. 

3.5 Leen niet te veel van je BV 

Heb je op 31 december een schuld aan je BV? Dan betaal je belasting in box 2 als de schuld meer is dan € 500.000. Schulden van je fiscale partner tellen mee en schulden en vorderingen worden niet zomaar gesaldeerd. Eigenwoningschulden zijn onder voorwaarden uitgezonderd. Belastingheffing kan je voorkomen door bijvoorbeeld de schuld met privé-middelen af te lossen of de lening bij een bank over te sluiten.  

3.6 Overleg met je adviseur wat voordeliger is: beleggen in de BV of privé 

Het is een vraag die veel DGA’s bezighoudt. Door een nieuwe wet mogen belastingplichtigen in box 3 kiezen voor belastingheffing over hun werkelijk rendement als dat lager is dan het forfaitair rendement (6% in 2026 voor bezittingen anders dan bank- en spaartegoeden). Voor de BV bestaat een dergelijke keuzemogelijkheid niet.  

Veel BV-beleggers vragen zich nu af of zij niet beter af zijn in box 3. Die vraag is echter niet zonder meer met ja of nee te beantwoorden. Om in box 3 te kunnen beleggen, moet het vermogen eerst worden overgeboekt naar privé. Als daarvoor de winstreserves worden uitgekeerd aan de aandeelhouder, moet daarover in box 2 met de Belastingdienst worden afgerekend. Het bedrag waarmee kan worden belegd in privé is zo veel kleiner dan in de BV. Om dat verschil goed te maken, moeten zeer hoge rendementen worden behaald.  

De uitkomsten zijn anders als het te beleggen bedrag zonder afrekening met de fiscus uit de BV kan worden gehaald. Bijvoorbeeld door een vordering op de BV te innen of door de BV onbelast terug te laten betalen op het aandelenkapitaal. Het te beleggen bedrag in box 3 is in deze gevallen hetzelfde als in de BV. 

3.7 Vastgoed slim positioneren 

Vastgoedbeleggers in box 3 hebben het de laatste jaren door de veranderde wetgeving steeds zwaarder te verduren gehad. In veel gevallen is het daarom fiscaal aantrekkelijker om vastgoed in de BV te houden. Overhevelen van bestaand vastgoed naar de BV kan echter overdrachtsbelasting kosten. In 2026 bedraagt het tarief 8% voor woningen die niet als eigen woning worden gebruikt en 10,4% voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden. Bij de aankoop van nieuw vastgoed kan het juist verstandig zijn om de BV als koper te laten optreden. Denk daarom vooruit en laat verschillende scenario’s doorrekenen. 

3.8 Schenk via je BV 

Wil je iets goeds doen én belasting besparen? Schenkingen aan erkende goede doelen zijn aftrekbaar. Via je BV mag je tot 50% van de winst schenken, met een maximum van € 100.000. Het tarief van de vennootschapsbelasting voor de BV is 19% over de eerste € 200.000 van de belastbare winst, daarboven is het tarief 25,8%. In combinatie met de besparing van box 2-belasting kan het totale fiscale voordeel oplopen. Afhankelijk van het toepasselijke box 2-tarief bedraagt dit voordeel afgerond minimaal 39% en maximaal 49%. 

3.9 Een holdingstructuur: de basis voor rust 

Het is verstandig om na te gaan of de risico’s die de BV loopt, voldoende zijn afgeschermd. Een holdingstructuur kan je vermogen beschermen en biedt flexibiliteit bij verkoop of overdracht. Bij een holdingstructuur ben jij aandeelhouder van de holding, terwijl de holding aandeelhouder is van de werkmaatschappij.  

Voor DGA’s blijft fiscale planning in 2026 belangrijk. Wie halverwege het jaar vooruitkijkt, heeft vaak nog voldoende ruimte om bij te sturen. Wacht daarom niet tot het einde van het jaar. Controleer tijdig je voorlopige aanslag, je dividendplanning, je schulden aan de BV en je vermogensstructuur. Zo voorkom je onnodige belastingdruk en benut je de mogelijkheden die nog beschikbaar zijn. 

 

4 Tips voor particulieren
4.1 Kom op tijd in actie en vraag box 3-belasting terug 

Door een nieuwe wet mogen belastingplichtigen in box 3 kiezen voor belastingheffing over hun werkelijk rendement als dat lager is dan het forfaitair rendement (in 2026 is dat 6% voor bezittingen anders dan bank- en spaartegoeden).  

Voor de jaren 2021 tot en met 2024 is hiervoor het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR-formulier) beschikbaar via de Belastingdienst (als je voldoet aan de voorwaarden, kun je ook voor de jaren 2017 tot en met 2020 belasting terugvragen).  

De Belastingdienst adviseert het formulier pas in te dienen als je een brief van de Belastingdienst hebt ontvangen. In de praktijk blijkt echter dat soms al een definitieve aanslag wordt opgelegd voordat de brief is ontvangen. Het kan daarom verstandig zijn om de brief niet af te wachten, maar het OWR-formulier zo snel mogelijk in te dienen. Onder voorwaarden kun je dan bij een belastingteruggave recht hebben op een vergoeding van belastingrente.  

Voor 2025, 2026 en 2027 maak je de keuze in je aangifte inkomstenbelasting en speelt dit niet meer. 

4.2 Verlaag je box 3-belastingdruk in 2027 

Het forfaitair rendement is 6% voor bezittingen anders dan bank- en spaartegoeden. Denk daarom aan het verlagen van je box 3-vermogen door:  

  • te schenken aan volwassen kinderen; in 2026 mag je per kind € 6.908 belastingvrij schenken;
  • het doen van giften aan goede doelen. De Belastingdienst onderscheidt 2 soorten giften: een eenmalige gift en een periodieke gift. De periodieke gift is onder voorwaarden ook nog eens zonder drempel aftrekbaar van je belastbaar inkomen in box 1 tegen maximaal 37,56%;
  • kleine schulden tot € 3.800 (of € 7.600 bij partners) af te lossen; die zijn niet aftrekbaar in box 3;
  • af te lossen op je woninghypotheek;
  • aftrekbare stortingen op een lijfrenterekening te doen (zie hierna onder 4). 
4.3 Doe alsnog aangifte over oude jaren en vraag belasting terug 

De meeste mensen doen geen belastingaangifte als ze daarvoor niet door de Belastingdienst worden uitgenodigd. Men denkt dan dat dat niet nodig is of is bang belasting te moeten (bij)betalen. Maar veel mensen missen daardoor een belastingteruggave. Voorbeelden waarin mogelijk recht bestaat op een belastingteruggave zijn situaties waarin niet het gehele jaar is gewerkt of er veel zorgkosten zijn gemaakt.  

Via Mijn Belastingdienst kun je een aangifteformulier invullen. In het laatste scherm zie je of je belasting terugkrijgt en om welk bedrag het gaat. Daarna kun je beslissen of je de aangifte daadwerkelijk instuurt. Je kunt dit jaar nog aangifte doen over het jaar 2021. 

4.4 Profiteer van aftrekbare stortingen op een lijfrenterekening 

Als je geen of weinig pensioen hebt opgebouwd bij je werkgever, kun je fiscaal aantrekkelijk sparen of beleggen. Door geld te storten op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening, mag je deze storting aftrekken van je belastbaar inkomen in box 1 tegen maximaal 49,5%. De gestorte bedragen zijn bovendien vrijgesteld in box 3. Hierdoor kun je fiscaal voordelig een inkomen voor later opbouwen. Over de toekomstige uitkeringen betaal je belasting, maar mogelijk tegen een lager tarief. In 2026 ziet de ruimte voor lijfrente-aftrek er zo uit:  

  • Jaarruimte: je kunt maximaal 30% van je premiegrondslag aftrekken, verminderd met je pensioenopbouw via de werkgever. De aftrek is gemaximeerd op € 35.589.  
  • Inhaalregeling: heb je de afgelopen 10 jaar nog niet al je jaarruimte gebruikt? Dan mag je die inhalen tot een bedrag van maximaal € 42.753 (per jaar).  
  • Extra opbouwjaren: heb je de AOW-leeftijd bereikt? Dan mag je tot maximaal 5 jaar na het ingaan van je AOW-leeftijd nog fiscaal aftrekbare bedragen storten. Als je langer doorwerkt, krijg je dus ook meer opbouwruimte.  

Belangrijk: om deze aftrek in 2026 te gebruiken, moet je wel in 2026 de storting doen. Let op dat je inkomen hoog genoeg is om optimaal belastingvoordeel te krijgen.  

4.5 Hou je aftrekposten nu al goed bij 

Je mag bepaalde persoonlijke uitgaven onder voorwaarden aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting (persoonsgebonden aftrek). Je kunt denken aan specifieke zorgkosten (zoals voor medicijnen en hulpmiddelen), giften aan goede doelen, betaalde partneralimentatie (kinderalimentatie is niet aftrekbaar), bepaalde kosten voor ernstig gehandicapte personen en vervoerskosten bij ziekte of invaliditeit (zoals bij gebruik eigen auto € 0,25 per gereden kilometer). 

Niet alle kosten zijn automatisch aftrekbaar: vaak gelden er voorwaarden, drempelbedragen of bewijsregels. Het is daarom verstandig om facturen, betaalbewijzen, bankafschriften en andere onderbouwing gedurende het jaar goed te bewaren. Deze kosten kunnen je belastbaar inkomen verlagen, waardoor je mogelijk minder inkomstenbelasting betaalt. 

Let op: als je persoonsgebonden aftrek in een eerder jaar niet volledig kon verrekenen met je inkomen, mag je het restant doorschuiven naar een volgend jaar.

4.6 Zorg dat je de juiste toeslag krijgt als er iets in je situatie is veranderd 

Heb je een zorgverzekering, huurwoning en/of kinderen? Als jouw inkomen en vermogen, of dat van je eventuele toeslagpartner, binnen de grenzen blijven, kun je recht hebben op zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en/of kindgebonden budget. Mogelijk is er in je persoonlijke situatie iets veranderd waardoor je voor 2026 in aanmerking komt voor één of meerdere toeslagen of juist niet meer. Zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget kunnen doorgaans worden aangevraagd tot en met 31 december van het jaar na het toeslagjaar. Voor kinderopvangtoeslag geldt een kortere termijn: die moet in beginsel worden aangevraagd binnen 3 maanden nadat het recht op toeslag ontstaat. Gebeurt dat later, dan kunnen maanden toeslag verloren gaan. 

4.7 Vraag voor de laatste keer via de middelingsregeling belasting terug 

Deze regeling maakte het mogelijk om sterk wisselende inkomens (door bijvoorbeeld een sabbatical, ontslag of een bonus) over drie jaren te middelen en zo te profiteren van een tariefvoordeel. Vanaf 2023 is de middelingsregeling in de inkomstenbelasting afgeschaft. Maar, er is een overgangsregeling waardoor nog wel over de jaren 2022, 2023 en 2024 gemiddeld kan worden. Je kunt middeling aanvragen tot uiterlijk 36 maanden nadat de laatste definitieve aanslag van de 3 middelingsjaren vaststaat. Een definitieve aanslag staat vast als de bezwaartermijn van 6 weken verstreken is. Middeling heeft geen invloed op je toeslagen zoals zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget.  

 

Wacht niet tot het einde van het jaar. Controleer nu welke tips voor jouw situatie relevant zijn. Wie nu actie onderneemt, voorkomt dat mogelijkheden verloren gaan en kan zijn belastingdruk over 2026 en soms ook 2027 verlagen. 

 

Disclaimer

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.