Nieuws juni 2026

jun 26, 2026
|
Ingezonden door: super
|
Categorie: Actualiteiten

Trailing tax en Exit heffing

1 Staatssecretaris ziet beperkte effectiviteit van specifieke maatregelen voor vermogende particulieren en benadrukt het belang van internationale samenwerking

De Staatssecretaris van Financiën reageerde op 8 juni 2026 op Kamervragen over belastingontwijking door (ultra) rijken. De staatssecretaris maakt daarin onder andere duidelijk dat het kabinet terughoudend blijft met nieuwe maatregelen voor vermogende belastingplichtigen, zoals een zogenoemde “Trailing tax”. De staatssecretaris geeft aan dat de effectiviteit van zo’n maatregel beperkt is en dat de samenwerking tussen de verschillende landen binnen en buiten de EU beperkt is. Hij benadrukt het belang van internationale samenwerking.

De staatsecretaris geeft aan dat het kabinet niet kiest voor invoering van een trailing tax. Een dergelijke heffing houdt in dat vermogende particulieren die emigreren naar laagbelastende landen, gedurende een bepaalde periode na emigratie (bijvoorbeeld 5 of 10 jaar), worden belast alsof zij nog ingezetenen zijn gebleven van het land waaruit zij geëmigreerd zijn. Volgens de staatssecretaris is de effectiviteit beperkt, onder meer door de restricties die belastingverdragen opleggen, de complexiteit van handhaving en de aanzienlijke uitvoeringslasten. Overigens is een dergelijke volgtermijn al van toepassing in de erf- en schenkbelasting.

Een trailing tax kan worden ontweken door eerst te verhuizen naar een hoger belastend land en daarna naar een lager belastend land. Het is voor de Belastingdienst moeilijk om migraties en vermogensstructuren internationaal te volgen, zeker bij landen zonder effectieve informatie-uitwisseling. Indien toch tot uitvoering van de trailing tax wordt overgegaan, zouden volgens de staatssecretaris bepaalde verplichtingen opgenomen kunnen worden, zoals een meldingsplicht bij emigratie naar laagbelastende landen of het stellen van zekerheid op bepaalde vermogensbestanddelen in Nederland. Daarnaast is het zo dat vastgoed bij emigratie gewoon in Nederland belast blijft. Dit omdat internationale belastingverdragen de heffing over vastgoed doorgaans toewijzen aan het land waarin het vastgoed is gelegen.

Voor aanmerkelijk belang geldt bovendien al vele jaren, dat de in Nederland opgebouwde winstreserves tot in lengte van jaren belastbaar blijven in Nederland. In de tijd geldt daarvoor geen enkele beperking. Bovendien wordt er een zogenaamde conserverende aanslag opgelegd, die inbaar wordt zodra over de winstreserves wordt beschikt.

2 Exitheffing

Als alternatief voor de trailing tax wordt een vorm van een exitheffing op vermogen bij emigratie naar laagbelastende landen genoemd. Daarbij wijst de staatssecretaris op de verenigbaarheid met belastingverdragen en fundamentele vrijheden binnen het Unierecht, in het bijzonder het vrije verkeer van kapitaal en vestiging binnen de EU. In dit verband benadrukt de staatssecretaris dat de uitkomsten van lopende evaluaties van bestaande regelingen moeten worden afgewacht. 

De staatssecretaris merkt op dat ook bij een dergelijke exitheffing mogelijkheden blijven bestaan om belasting te vermijden. De staatssecretaris geeft aan dat dit vergelijkbare uitdagingen oplevert als bij de trailing tax.

De staatssecretaris benadrukt het belang van internationale samenwerking voor een effectieve belastingheffing van ultrarijken en geeft aan hierin het voortouw te blijven nemen met gelijkgestemde landen. De internationale samenwerking moet zich volgens de staatssecretaris met name richten op internationale transparantie over vermogensbezit en het adresseren van schadelijke belastingregimes. De staatssecretaris merkt in dit kader op dat de verdeeldheid over deze onderwerpen binnen de EU nog altijd groot is, dus blijft de invulling van bovenstaande vooralsnog vrij beperkt.

Tot slot verwijst de staatssecretaris expliciet naar het CPB-rapport uit 2024, waarbij de verdeling van de belastingdruk is geanalyseerd en is verklaard waarom de belastingdruk bij de hoogste inkomens relatief laag is. In dit kader verwijst de staatssecretaris naar recente wetswijziging - zoals de verhoging van het vennootschapsbelastingtarief in de eerste schijf en de verlaging van de schijfgrens en de Wet excessief lenen - waarvan wordt aangenomen dat ze hebben bijgedragen aan een evenwichtiger belastingdruk voor vermogende belastingplichtigen. Het belasten van werkelijk rendement in box 3 wordt gezien als de volgende stap in de richting van het evenwichtiger belasten van arbeid en vermogen. Echter, vooralsnog is de staatssecretaris terughoudend ten aanzien van verder onderzoek op dit terrein.

Dit neemt niet weg, dat ook de Wet excessief lenen mogelijk in strijd is met EU-recht. Thans zijn daarover al enkele procedures aanhangig bij gerechtshoven.

3 Resumerend

Het is jammer te lezen dat de staatssecretaris niet verwijst naar een aantal belastingmiddelen waarvoor een soort trailing taks of exitheffing reeds in de Nederlandse wet is opgenomen. Ook is het jammer vast te stellen, dat de staatssecretaris niet kritisch is ten aanzien van het CPB-rapport dat ontegenzeggelijk uitgaat van verkeerde aannames c.q. inkomens zonder heffing toewijst aan bepaalde inkomens- en vermogenscategorieën, terwijl daar evident wel een latente heffing aanwezig is. Te denken is aan de winst van een BV, die zonder rekening te houden met de latente belastingdruk van Box 2 wordt toegerekend aan de AB-houder. Daarmee werkt de staatssecretaris een onjuiste beeldvorming in de hand.

Het is wel goed om vast te stellen dat de staatssecretaris geen heil ziet in een (verdere uitbouw van reeds bestaande) trailing taks en/of exitheffing. Het is jammer vast te stellen dat de staatssecretaris voorstander is van het verder uitbouwen van internationale samenwerking gericht op internationale transparantie over vermogensbezit. Dat kan leiden tot een Europees vermogens UBO-register. Daar wordt op dit moment in EU-verband aan gewerkt. Daarmee vindt weer een verdere beperking van de privacy plaats.